Reactietijd


In de topsport zijn de verschillen heel klein. Hoe beter teams zijn, hoe kleiner die verschillen. Sommige wedstrijden worden dan ook bepaald doordat de ene partij een actie een fractie van een seconde sneller kan uitvoeren dan de tegenstander. Een goed voorbeeld daarvan is de 100 meter sprint van de mannen bij het atletiek. In de finale op de Olympische Spelen in 2008 was Usain Bolt 0,34 seconden sneller dan de Amerikaan Darvis Patton. Dat verschil is heel klein, maar het is wel het gat tussen de eerste en de laatste plaats.4


Afbeelding 1: Hoe verder je komt in de topsport, hoe kleiner de verschillen worden.5

In ons model is het begin van de reactietijd het moment waarop de schutter de bal trapt. Die reactietijd kan je opdelen in een aantal onderdelen. Allereerst moet het licht van de bal naar het oog van de keeper. Deze afstand is iets meer dan elf meter. Het licht gaat met een snelheid van 300 km/s, dus dit onderdeel heeft verreweg de minste invloed op de reactietijd van de keeper.

Het oog ontvangt nu het licht en zendt een signaal naar de hersenen. Dit elektrisch signaal wordt naar de hersenen gestuurd door middel van gevoelsneuronen. Gevoelsneuronen zijn zenuwcellen die impulsen van zintuigen naar de ruggenmerg en de hersenen geleiden. De impulsen gaan in deze gevoelsneuronen met een snelheid van ongeveer 100 km/h. Vervolgens moeten de hersenen het signaal omzetten in een beeld. Als dit allemaal is verwerkt, sturen de hersenen een signaal naar de spieren om naar de bal toe te bewegen. Dit is weer een elektrisch signaal, maar gaat deze keer via de bewegingsneuronen. Deze zenuwcellen geven impulsen een hogere snelheid dan de gevoelsneuronen, namelijk rond de 430 km/h. Op het moment dat de impulsen de spieren bereiken, eindigt de reactietijd.6


Afbeelding 2: De reactie van een keeper op een penalty.7

Voor ons model hebben we de reactietijd van de keeper nodig om te weten te komen hoeveel tijd de keeper heeft om van het midden naar zijn doel naar de plek te duiken waar de bal gaat komen. De reactietijd konden we helaas niet verkrijgen uit ons eigen onderzoek, omdat je nooit zeker kan weten of de keeper ook daadwerkelijk reageert op het moment dat de bal de voet van de schutter verlaat.

Één van de grootste onderzoeken naar het reactievermogen van de mens is die van Human Benchmark.8 Het onderzoek van Human Benchmark bestaat uit een online website waarop je je reactietijd kan meten door te klikken op het moment dat het scherm van rood naar groen springt. Dit wordt een aantal keer herhaald, waardoor je een mooi gemiddelde krijgt van je reactietijd. Inmiddels hebben al honderdduizenden mensen hun reactie getest op deze website. In onderstaande grafiek is te zien hoe vaak een bepaalde reactietijd voorkomt (in milliseconde). Het is meteen duidelijk dat de meeste testresultaten rond de 215 ms uitkomen. Toch zijn er blijkbaar mensen die minder dan 100 ms als gemiddelde reactietijd hebben. Dit komt waarschijnlijk omdat ze gokken of geluk hebben met het klikken. We vinden dit onderzoek een goede richtlijn voor de reactietijd van ons model, omdat er zoveel mensen aan hebben meegedaan. We denken echter niet dat keepers op professioneel niveau dezelfde reactietijd hebben als de gemiddelde mens. Keepers trainen namelijk dagelijks om hun reactievermogen te verbeteren, dus ze zullen waarschijnlijk een reactietijd hebben die lager ligt dan 215 ms. We stellen de reactietijd van de keeper in ons model dan ook op 175 ms.


Afbeelding 3: Gegevens van de reactietijd van de mens.8