Reikwijdte


De reikwijdte is het gebied in het doel waar de keeper bij kan. Dit gebied is van een aantal factoren afhankelijk. Ten eerste de snelheid waarmee de bal wordt geschoten. Ten tweede de snelheid waarmee de keeper naar de bal beweegt en als laatst de reactietijd van de keeper. De tijd die de keeper heeft om naar de bal te springen is gelijk aan de tijd dat de bal erover doet om van de stip naar de doellijn te gaan. Oftewel, hoe sneller de keeper reageert, hoe meer tijd hij over heeft om naar de bal toe te bewegen. Dit betekent dus dat als de bal maar hard en ver genoeg van de keeper wordt geschoten, de keeper er nooit bij zal kunnen. Alle penalty’s die binnen de reikwijdte van de keeper worden geschoten, zullen worden tegengehouden.


Afbeelding 8: In de finale van de Champions League in 2012 schoot Arjen Robben een penalty binnen de reikwijdte van keeper Petr Čech


Om de reikwijdte te bepalen, hebben we de snelheid bepaald waarmee de hand van keeper beweegt. Dit hebben we gedaan, omdat de keeper met zijn hand het verst kan komen. We hebben een aantal penalty’s van ons eigen onderzoek geanalyseerd en gekeken hoeveel afstand de keeper af kon leggen in een bepaalde tijd. Uit onze meetresultaten bleek dat de keeper een gemiddelde snelheid heeft van 4,91 m/s


In ons model is de reikwijdte van de keeper een cirkel waarvan de grootte afhankelijk is van een aantal factoren. Het middelpunt van de cirkel ligt niet op de grond, maar iets erboven. Hoe ver het middelpunt boven de grond ligt, is afhankelijk van de lengte van de keeper. Hoe langer de keeper is, hoe hoger het middelpunt komt te liggen. Dit betekent dat een lange keeper beter bij hoge ballen kan, maar slechter bij lage ballen.

De andere factor is de tijd die de keeper heeft om naar de bal te duiken. Die handelingstijd is afhankelijk van de snelheid van de bal. Een gemiddelde penalty doet er ongeveer 0,40 seconden over om van de stip naar het doel te gaan. Als de keeper pas reageert op het moment dat de bal is geschoten, heeft hij ongeveer 0,225 seconden om te duiken. In die tijd kan de keeper iets meer dan een meter afleggen. Dat betekent dat als de schutter de bal 1,25 meter van de paal schiet, hij zowel links als rechts van de bal 1,25 meter speling heeft.

Als de keeper echter anticipeert op de speler, kan hij 3,5 meter afleggen. De afstand van het middelpunt van de reikwijdte naar één van de bovenhoeken van het doel is bijna vier meter. Als de speler wil scoren, móet hij de bal dus wel in de kruising schieten. Een andere optie is links of rechts in de benedenhoek, maar dan moet hij de bal wel heel precies schieten.


Afbeelding 9: Het anticiperen van de keeper vergroot zijn reikwijdte aanzienlijk.